Hierbij wil ik mij even voorstellen: mijn naam is Hieke de Vries, ik ben getrouwd met Feike de Vries en samen hebben wij drie kinderen. De oudste is nu 16 dat is Tieme, de tweede is 13 en heet Jesse. De derde is Veerle, mijn dochter ze is overleden toen ze anderhalf jaar was aan de gevolgen van een ernstige hartafwijking en de bijkomende complicaties van de diverse operaties die ze moest ondergaan. Na jaren van diepe rouw en veel verdriet om het verlies van mijn dochtertje Veerle en de leegte die zij achterliet heb ik via OOK (<a href="https://www.oudersoverledenkind try this website.nl/”>Ouders van een Overleden Kind) de draad weer op kunnen pakken. Al geruime tijd ben ik regiovertegenwoordigster van Friesland voor OOK (voorheen VOOK). Een vereniging voor lotgenoten, ik organiseer tezamen met andere werkgroepleden bijeenkomsten en activiteiten om lotgenoten steun en troost te bieden.

Eerst wil ik even iets kwijt over het verlies van Veerle.

Veerle is op 31 juli 2005 geboren. Alles leek goed, ik was bevallen van een mooie baby van 7 pond. Na anderhalve week veranderde mijn roze wolk in een ware nachtmerrie toen duidelijk werd dat mijn dochter Veerle was geboren met een ernstige hartafwijking. In het ziekenhuis werd ons verteld dat ze nog vele zware operaties moest ondergaan, waarvan de eerste al gepland stond. Met de nodige ziekenhuisbezoekjes en de zorg die we om haar gezondheid hadden konden we toch zeggen dat we een heel fijn jaar met haar als middelpunt in ons gezin hebben gehad en we hebben heel erg van haar genoten. In november 2006 werd het tijd voor haar tweede operatie. Helaas is Veerle nooit meer goed opgeknapt na die tweede operatie. Na 5 maanden in het ziekenhuis sloeg het noodlot toe en is ze toch nog onverwacht overleden. Mijn kleine meisje heeft in haar korte leven zo hard moeten vechten dat ze deze bacterie niet meer aan kon en op die dag, 14 maart 2007, ik was toen 39 jaar, besefte ik dat het mooiste deel van mijn leven echt voorbij was.

We kwamen na een zware periode van intensieve zorg voor Veerle in een heel diep dal van leegte, gemis en diepe rouw. Toch probeerde ik, positief ingesteld, al snel weer mijn werk op te pakken. Dat ging met vallen en opstaan. Gelukkig hadden we ook hulp van een maatschappelijk werkster van het ziekenhuis. Na een half jaartje zocht ik hulp bij de Vereniging Ouders van een Overleden Kind en daar kon ik deelnemen aan een gespreksgroep. Met een aantal vrouwen kon ik mijn verdriet goed delen. Het was op die avonden alsof mijn dochter weer heel dicht bij me was en het gaf me veel troost. Door mijn verdriet en onzekerheid te delen met lotgenoten leerde ik dat zij ook dezelfde gevoelens van angst en pijn hadden als ik. Na een aantal jaren ging ik voor de hulptelefoon van VOOK werken, daarvoor heb ik een communicatiecursus gevolgd. Vorig jaar werd mij gevraagd of ik regiovertegenwoordigster voor de VOOK wilde worden en nu doe ik dit mooie werk al weer driekwart jaar. Het meeleven met lotgenoten geeft mij een goed gevoel, een luisterend oor zijn en proberen een beetje op het pad van de rouw van andere lotgenoten mee te lopen. In deze wereld waarin we leven en alles snel, rap en in no time klaar moet zijn besef ik mij terdege dat het pad van rouw een lange weg is en dat daar alle tijd voor genomen moet worden. Het is fijn dat we op bijeenkomsten daar vrij over onze overleden kinderen kunnen praten en dat we onze herinneringen levend kunnen houden.

Als lotgenoten kun je elkaar goed aanvoelen. Voor mij zijn de contacten bij VOOK erg helend geweest. Ook al heb je veel familie en vrienden, dan toch is het voor veel lotgenoten soms heel moeilijk om het verdriet met hen te kunnen delen en na verloop van een jaar menen veel mensen dat je weer de “oude” moet zijn, maar mensen die een kind verliezen worden nooit meer de oude. Wij als lotgenoten doen ons best om er het beste van te maken in het leven, maar het gemis blijft altijd.